Excursieverslag van bezoek Groeve Piesberg op 31 mei 2026

door Leon Batterink

*De weergoden getrotseerd*

Langzaam verzamelen auto’s uit een gemeenschappelijk kikkerlandje zich op een bospaadje. Het is ochtend en moedig worden stevige schoenen aangetrokken, beitels en hamers gepakt, en voorzichtig elkaars handjes geschud. Nietsvermoedende Duitse wandelaars kijken verbaasd op van de kleine maar toch bonte rij. Ze hebben geen idee dat onder onze ogenschijnlijke onschuldige ogende bouwhelmen ware schatrovers verborgen zitten. Wellicht zal de Duitse overheid op een dag om teruggave of financiële compensatie vragen.

Dat is een zorg voor later. De zorg voor nu is een bospad bestijgen en aan niemand laten merken dat we allemaal een verwaarloosde conditie hebben en bovenaan bijna twijfelen hoe waardevol die schatten nou eigenlijk zijn.
Toch behalen we de top, om daar te ontdekken dat we nog niet eens halverwege de tocht zijn. Gelukkig is Angelika, onze trouwe gids daar om ons te bemoedigen door gepassioneerd te vertellen over hoe hier lang geleden steenkool werd gewonnen, het nu een ‘gewone’ steengroeve is en hoe fantastisch het is dat je er fossielen kan vinden.

We komen aan op een mooi plateau met rechts een wand van 25 meter die langzaam afloopt naar uiteindelijk de linker wand van 10 meter hoog. Als jonge honden willen we allemaal graag beginnen, maar Angelika heeft nog een kleine les in welke soorten planten en dieren hier te vinden zijn. Als kinderen die wel willen luisteren, maar een snoepwinkel verderop zien staan hebben we moeite onze aandacht erbij te houden. En dan is het zover. We beginnen enthousiast te rapen alsof we allemaal een kiepwagen mee hebben genomen. Het motto is natuurlijk: we zien later wel wat er mee gaat, maar voor nu gewoon bewaren. Er worden mooie stukken gevonden met plantenresten en zelf stukken met pyriet.

De eerste druk is van de ketel en iedereen begint op verschillende plekken te kijken en een praatje te maken. Maar als in een Hollywood film die het noodlottig probleem aankondigt pak ik mijn telefoon om eens buienradar te checken. Mijn ogen worden groter terwijl er een wind begint op te steken en de lucht langzaam maar gestaag een donkerblauwe kleur krijgt. De twee windturbines die normaal zo idyllisch rondjes staan te draaien bovenaan de groeve lijken nu de veroorzakers te zijn van een steeds hevigere wind door sneller en sneller te draaien. Dan begint het niet te regenen, maar regent het direct en direct veel. Het stort werkelijk uit de hemel en voor de eerst zo moedige avonturiers rest nu het elkaar onhandig aankijken met het besef dat er geen enkele plek is om te kunnen schuilen. Waar iemand nog een lachje kan produceren is dit na de eerste bliksem ook meteen gedaan. Langs de wanden stroomt het inmiddels hevig en beginnen er serieus grote brokken steen naar beneden te vallen.

Zo snel als het kwam is het ook weer gedaan. Deze moesson met natuurgeweld duurde in de werkelijkheid 10 minuten. Toch zijn we goed nat en besluit Angelika dat het veiliger is om hogerop te gaan zitten waar de kans kleiner is dat iemand van ons ongewild een steen van 50 kilo zal koppen. (Iets wat de steen zelf prima zou overleven). Eenmaal bovenaan gekomen daalt het besef na een halfuur in dat de vondsten op de eerste plek aanzienlijk beter waren, wat de pret een klein beetje drukt. Je kan niet altijd zes gooien en we maken er met elkaar nog iets moois van. Dan worden er toch nog een paar leuke stukken kwarts gevonden die met ons gereedschap snel handzaam wordt gemaakt en in de tassen, emmers en kratjes verdwijnen. 

Het ‘minder vinden’ geeft de tijd om elkaars aanwinsten te bewonderen en het sociale aspect van het met elkaar zoeken wat extra aandacht te geven. Niet lang daarna wordt door Peter na wat onderling overleg de aftocht geblazen. Het is mooi geweest is de conclusie. De wandeling naar de auto’s is met veel tevredenheid en voelt gek genoeg lichter dan de heenweg. En dat met extra kilo’s. Eenmaal thuis, gedoucht, de beentjes gestrekt en een pilsje in de hand begint de appgroep vol te druppelen met foto’s van de buit. Wat een toffe hobby hebben we toch dat we ‘even’ miljoenen jaren oude fossielen uit de grond hebben getrokken. Prachtige foto’s komen langs van varens, bladeren en andere planten die ik had kunnen benoemen als ik beter had opgelet bij de botanische les van onze lieve gids.

Het was weer mooi, gaaf en goed. Nee het was steengoed. Organisatie van de Geo-Oss, heel erg bedankt voor de tijd en de moeite! Het was zeker de moeite waard en het moet maar gauw opnieuw ingepland worden.

door Leon Batterink